Nieuwsberichten Raadplegen

Datum 05-03-2019
Titel Schoolverlaters in crisistijd: Gevolgen voor leren en de vroege loopbaan

In de afgelopen jaren is reeds heel wat onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke negatieve gevolgen van de recente economische crisis voor de kans op werk, het loon en de baanmatch van schoolverlaters. Ook is herhaaldelijk vastgesteld dat jongeren die in tijden van crisis naar de arbeidsmarkt doorstromen het extra zwaar te verduren hebben. Er is echter veel minder bekend over de gevolgen van de recente crisis voor de leermogelijkheden van jongeren, en hoe dit hun verdere carrièreverloop heeft beïnvloed. Dit laatste hebben we in dit rapport nader onderzocht. Onze verwachting was daarbij dat schoolverlaters ander leergedrag vertonen in crisistijd dan in economisch betere tijden, en dat dit hun arbeidsmarktuitkomsten op de middellange termijn beïnvloedt. Dit verwachtten we vanwege twee redenen. Ten eerste hebben bedrijven in tijden van crisis minder geld te besteden, waardoor jonge werknemers die nog maar kort werkzaam zijn minder gelegenheid zouden kunnen krijgen om een cursus te volgen. Vervolgens kan dit een negatieve invloed hebben op hun loopbaanontwikkeling. Ten tweede verwachtten we dat afgestudeerden in tijden van laagconjunctuur er vaker voor kiezen om een vervolgopleiding te volgen, uit vrees om moeilijk een baan te kunnen vinden. Dit zou op langere termijn een positieve invloed kunnen hebben op hun loopbaan. De belangrijkste bevindingen uit dit rapport kunnen als volgt worden samengevat:
Algemene gevolgen van een periode van economische crisis voor jongeren: 
 y Jongeren kennen een systematisch hoger werkloosheidspercentage dan ouderen. De werkloosheidspercentages stijgen tijdens of vlak na crisisperioden. y Het werkloosheidspercentage ligt systematisch hoger onder jongeren met een mbo-niveau 1 diploma. Het werkloosheidspercentage van schoolverlaters van mboniveau 2 en 3 vertoont de sterkste stijging in perioden van laagconjunctuur. y De toename in het percentage jongeren met een flexibele arbeidsrelatie hangt samen met de flexibilisering van de arbeidsmarkt. De trend lijkt niet tot nauwelijks beïnvloed te zijn geweest door de crisisperiode van 2008-2014. y De toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt is voor alle onderwijsniveaus zichtbaar. Ook uitgesplitst naar opleidingsniveaus is geen relatie zichtbaar tussen crisis en flexibele arbeidsrelatie. y Het percentage mbo- en hbo-gediplomeerden dat op het eigen niveau werkt vertoont weinig conjuncturele fluctuatie.

 

y Het mediane bruto uurloon lijkt te reageren op de crisis: Voor mbo 2 en 3, mbo 4 en hbo stijgt het uurloon tot 2007, waarna er tot 2013 een daling plaatsvindt.
 
Gevolgen van een periode van economische crisis op het verder leren van schoolverlaters: 
 y Het leergedrag van hbo-gediplomeerden wordt sterker beïnvloed door de laagconjunctuur dan het leergedrag van mbo bol- en mbo bbl-gediplomeerden. y Zowel mbo- als hbo-diplomeerden nemen in tijden van crisis minder vaak deel aan cursussen. Voor hbo’ers en mbo bol-gediplomeerden is dit negatieve effect het grootst. Wanneer de conjuncturele werkloosheid met 1% stijgt, nemen ze respectievelijk 1,6% en 1,5% minder deel aan cursussen. y Mbo bol-gediplomeerden volgen in crisistijd vaker een vervolgopleiding, hbo-gediplomeerden juist minder vaak. y Oorzaken hiervoor zouden kunnen zijn dat het rendement van een vervolgopleiding voor mbo’ers gemiddeld hoger ligt dan voor hbo’ers, en dat het het laatste decennium moelijker én duurder is geworden voor afgestudeerde hbo’ers om door te studeren in het wo (Inspectie van het Onderwijs, 2017; Belfi, e.a. 2017). Daarnaast worden mbo-beroepen vaak harder getroffen tijdens een economische crisis, waardoor de keuze om door te leren relatief aantrekkelijker wordt. De kosten-batenanalyse die gepaard gaat met de keuze tot het al dan niet volgen van een vervolgopleiding valt hierdoor vermoedelijk vaker negatief uit voor hbo-afgestudeerden dan voor mbo-afgestudeerden.
 
Gevolgen van een economische crisis op het verder leren van schoolverlaters, naargelang hun achtergrondkenmerken: 
 y Personen met een migratieachtergrond stromen vaker door naar vervolgonderwijs. Een hoge conjuncturele werkloosheid heeft de grootste negatieve invloed op de doorstroom van hbo’ers met een niet-westerse migratieachtergrond. y Afgestudeerden met een migratieachtergrond maken minder kans op een bedrijfscursus dan autochtonen. Laagconjunctuur vergroot bovendien dit verschil. y Mannelijke mbo bbl- en hbo-gediplomeerden stromen minder vaak door naar vervolgonderwijs tijdens een laagconjunctuur. Bij mbo bol-gediplomeerden geldt het tegenovergesteld. Vrouwen studeren minder vaak door dan mannen, ongeacht de stand van de conjunctuur. y Laagconjunctuur leidt vooral bij mannen en in mindere mate ook bij vrouwen tot een verlaging van de cursusdeelname. y Afgestudeerden met een laag gemiddeld eindcijfer studeren minder vaak door. Laagconjunctuur verlaagt de kans op een vervolgopleiding vooral voor hbo -gediplomeerden met lage eindcijfers. y Afgestudeerden met een relatief laag eindcijfer volgen minder vaak een cursus, maar het effect van een laagconjunctuur is niet eenduidig naar opleidingsniveau.
RESUMÉ ix
 
Gevolgen van veranderde leermogelijkheden tijdens economische crisisperioden voor de vroege loopbaan van jongeren: 
 y De doorstroom naar het vervolgonderwijs lijkt voor zowel mbo- als hbo-gediplomeerden geen pad te zijn waarlangs de conjuncturele werkloosheid bij arbeidsmarktintrede invloed heeft op de arbeidsmarktuitkomsten op de middellange termijn. y De lagere cursusdeelname van hbo’ers tijdens een crisis hangt negatief samen met hun kans op werk op de middellange termijn. y Cursusdeelname op zowel de korte- als middellange termijn heeft een significant positief effect op de arbeidsmarktuitkomsten op de korte en middellange termijn. Dit biedt perspectief zowel voor gerichte beleid als voor individuele werknemers: door juist meer in scholing te investeren tijdens crisisjaren, kunnen eventuele nadelige effecten op de middellange termijn worden getemperd

Inhoud

In de afgelopen jaren is reeds heel wat onderzoek uitgevoerd naar de mogelijke negatieve gevolgen van de recente economische crisis voor de kans op werk, het loon en de baanmatch van schoolverlaters. Ook is herhaaldelijk vastgesteld dat jongeren die in tijden van crisis naar de arbeidsmarkt doorstromen het extra zwaar te verduren hebben. Er is echter veel minder bekend over de gevolgen van de recente crisis voor de leermogelijkheden van jongeren, en hoe dit hun verdere carrièreverloop heeft beïnvloed. Dit laatste hebben we in dit rapport nader onderzocht. Onze verwachting was daarbij dat schoolverlaters ander leergedrag vertonen in crisistijd dan in economisch betere tijden, en dat dit hun arbeidsmarktuitkomsten op de middellange termijn beïnvloedt. Dit verwachtten we vanwege twee redenen. Ten eerste hebben bedrijven in tijden van crisis minder geld te besteden, waardoor jonge werknemers die nog maar kort werkzaam zijn minder gelegenheid zouden kunnen krijgen om een cursus te volgen. Vervolgens kan dit een negatieve invloed hebben op hun loopbaanontwikkeling. Ten tweede verwachtten we dat afgestudeerden in tijden van laagconjunctuur er vaker voor kiezen om een vervolgopleiding te volgen, uit vrees om moeilijk een baan te kunnen vinden. Dit zou op langere termijn een positieve invloed kunnen hebben op hun loopbaan. De belangrijkste bevindingen uit dit rapport kunnen als volgt worden samengevat:
Algemene gevolgen van een periode van economische crisis voor jongeren: 
 y Jongeren kennen een systematisch hoger werkloosheidspercentage dan ouderen. De werkloosheidspercentages stijgen tijdens of vlak na crisisperioden. y Het werkloosheidspercentage ligt systematisch hoger onder jongeren met een mbo-niveau 1 diploma. Het werkloosheidspercentage van schoolverlaters van mboniveau 2 en 3 vertoont de sterkste stijging in perioden van laagconjunctuur. y De toename in het percentage jongeren met een flexibele arbeidsrelatie hangt samen met de flexibilisering van de arbeidsmarkt. De trend lijkt niet tot nauwelijks beïnvloed te zijn geweest door de crisisperiode van 2008-2014. y De toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt is voor alle onderwijsniveaus zichtbaar. Ook uitgesplitst naar opleidingsniveaus is geen relatie zichtbaar tussen crisis en flexibele arbeidsrelatie. y Het percentage mbo- en hbo-gediplomeerden dat op het eigen niveau werkt vertoont weinig conjuncturele fluctuatie.

 

y Het mediane bruto uurloon lijkt te reageren op de crisis: Voor mbo 2 en 3, mbo 4 en hbo stijgt het uurloon tot 2007, waarna er tot 2013 een daling plaatsvindt.
 
Gevolgen van een periode van economische crisis op het verder leren van schoolverlaters: 
 y Het leergedrag van hbo-gediplomeerden wordt sterker beïnvloed door de laagconjunctuur dan het leergedrag van mbo bol- en mbo bbl-gediplomeerden. y Zowel mbo- als hbo-diplomeerden nemen in tijden van crisis minder vaak deel aan cursussen. Voor hbo’ers en mbo bol-gediplomeerden is dit negatieve effect het grootst. Wanneer de conjuncturele werkloosheid met 1% stijgt, nemen ze respectievelijk 1,6% en 1,5% minder deel aan cursussen. y Mbo bol-gediplomeerden volgen in crisistijd vaker een vervolgopleiding, hbo-gediplomeerden juist minder vaak. y Oorzaken hiervoor zouden kunnen zijn dat het rendement van een vervolgopleiding voor mbo’ers gemiddeld hoger ligt dan voor hbo’ers, en dat het het laatste decennium moelijker én duurder is geworden voor afgestudeerde hbo’ers om door te studeren in het wo (Inspectie van het Onderwijs, 2017; Belfi, e.a. 2017). Daarnaast worden mbo-beroepen vaak harder getroffen tijdens een economische crisis, waardoor de keuze om door te leren relatief aantrekkelijker wordt. De kosten-batenanalyse die gepaard gaat met de keuze tot het al dan niet volgen van een vervolgopleiding valt hierdoor vermoedelijk vaker negatief uit voor hbo-afgestudeerden dan voor mbo-afgestudeerden.
 
Gevolgen van een economische crisis op het verder leren van schoolverlaters, naargelang hun achtergrondkenmerken: 
 y Personen met een migratieachtergrond stromen vaker door naar vervolgonderwijs. Een hoge conjuncturele werkloosheid heeft de grootste negatieve invloed op de doorstroom van hbo’ers met een niet-westerse migratieachtergrond. y Afgestudeerden met een migratieachtergrond maken minder kans op een bedrijfscursus dan autochtonen. Laagconjunctuur vergroot bovendien dit verschil. y Mannelijke mbo bbl- en hbo-gediplomeerden stromen minder vaak door naar vervolgonderwijs tijdens een laagconjunctuur. Bij mbo bol-gediplomeerden geldt het tegenovergesteld. Vrouwen studeren minder vaak door dan mannen, ongeacht de stand van de conjunctuur. y Laagconjunctuur leidt vooral bij mannen en in mindere mate ook bij vrouwen tot een verlaging van de cursusdeelname. y Afgestudeerden met een laag gemiddeld eindcijfer studeren minder vaak door. Laagconjunctuur verlaagt de kans op een vervolgopleiding vooral voor hbo -gediplomeerden met lage eindcijfers. y Afgestudeerden met een relatief laag eindcijfer volgen minder vaak een cursus, maar het effect van een laagconjunctuur is niet eenduidig naar opleidingsniveau.
RESUMÉ ix
 
Gevolgen van veranderde leermogelijkheden tijdens economische crisisperioden voor de vroege loopbaan van jongeren: 
 y De doorstroom naar het vervolgonderwijs lijkt voor zowel mbo- als hbo-gediplomeerden geen pad te zijn waarlangs de conjuncturele werkloosheid bij arbeidsmarktintrede invloed heeft op de arbeidsmarktuitkomsten op de middellange termijn. y De lagere cursusdeelname van hbo’ers tijdens een crisis hangt negatief samen met hun kans op werk op de middellange termijn. y Cursusdeelname op zowel de korte- als middellange termijn heeft een significant positief effect op de arbeidsmarktuitkomsten op de korte en middellange termijn. Dit biedt perspectief zowel voor gerichte beleid als voor individuele werknemers: door juist meer in scholing te investeren tijdens crisisjaren, kunnen eventuele nadelige effecten op de middellange termijn worden getemperd